A1

Nevenschikkende Voegwoorden in het Nederlands

Nevenschikkende Voegwoorden

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Nederlands op Settemila Lingue.

Overzicht

Nevenschikkende voegwoorden verbinden twee gelijkwaardige zinnen, woorden of woordgroepen. Het bijzondere van nevenschikkende voegwoorden is dat ze de woordvolgorde niet veranderen — de V2-regel blijft van kracht in beide zinsdelen.

De vijf basisvoegwoorden om te kennen: en, maar, of, want, dus.

Hoe het werkt

De vijf hoofdvoegwoorden

Voegwoord Betekenis Voorbeeld
en verbinding Ik werk en jij studeert.
maar tegenstelling Hij is moe, maar hij werkt door.
of keuze Ga je mee of blijf je thuis?
want reden Ik ga niet, want ik ben ziek.
dus gevolg Het regent, dus ik neem een paraplu.

Woordvolgorde na nevenschikkend voegwoord

Na een nevenschikkend voegwoord is de woordvolgorde gewoon (onderwerp – werkwoord):

  • Ik werk en jij studeert. (niet: jij studeert jij)
  • Het regent, dus ik neem een paraplu.

Let op: want verschilt van omdat. Na want normale volgorde; na omdat staat het werkwoord aan het einde.

Voorbeelden in context

Nederlands Vertaling Opmerking
Ik drink koffie en zij drinkt thee. Twee gelijkwaardige handelingen worden verbonden. Verbinding
Hij wil komen, maar hij heeft geen tijd. Er is een tegenstelling tussen willen en kunnen. Contrast
Ga je mee of blijf je thuis? Er wordt tussen twee opties gekozen. Keuze
Ze is laat, want de bus had vertraging. De vertraging van de bus geeft de reden. Reden
Ik ben moe, dus ik ga vroeg naar bed. Vroeg naar bed gaan is het gevolg. Gevolg
Wil je koffie of thee? Er wordt een keuze tussen twee woorden gegeven. Keuze (woorden)
Ze werkt hard en ze verdient goed. Twee eigenschappen worden verbonden. Twee eigenschappen

Veelgemaakte fouten

Fout Correct Waarom
want ik ben ziek ga ik niet. want ik ga niet. Na want: normale woordvolgorde.
maar hij niet werkt. maar hij werkt niet. Na maar: werkwoord op positie 2.
dus ga ik niet. dus ga ik niet. of dus ik ga niet. Na dus mag inversie, maar normale volgorde ook.

Oefentips

  1. Zinnen samenvoegen. Neem twee losse zinnen en verbind ze met elk van de vijf voegwoorden.
  2. Want vs. omdat. Oefen het verschil in woordvolgorde: Hij is laat, want hij heeft file vs. Hij is laat omdat hij file heeft.
  3. Dagelijks verhaal. Vertel in 5 zinnen iets over je dag, gebruik elk voegwoord minstens één keer.

Verwante concepten

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Nevenschikkende Voegwoorden in Nederlands met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Nederlands · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen